USG Restart - Tijd voor jouw volgende stap

Keuring van de WIA-beoordeling

Hoewel vaak wordt gesproken over een keuring gaat het in feite om een beoordeling van uw recht op een uitkering. Het UWV moet daarom beoordelen of u volgens de WIA arbeidsongeschikt bent en voor hoeveel procent. Dat laatste bepaalt of u recht heeft op een volledige uitkering, een gedeeltelijke uitkering of dat u helemaal geen recht heeft op een uitkering. Om de mate van uw arbeidsongeschiktheid te beoordelen krijgt u twee gesprekken. Eerst hebt u een gesprek met de verzekeringsarts en vervolgens met de arbeidsdeskundige van het UWV. Uiteindelijk krijgt u van het UWV een officiële beslissing over uw arbeids(on)geschiktheid en over uw recht op een uitkering.

1. Wat u mee moet nemen

Wanneer u naar de verzekeringsarts gaat, neemt u dan in ieder geval mee:

  • de uitnodigingsbrief; 
  • een identiteitsbewijs (paspoort of identiteitskaart) (Let op: geen rijbewijs!); 
  • de naam en het adres van uw huisarts; 
  • de naam en het adres van andere behandelaars, zoals specialist, therapeut, psychiater, als u daar onder behandeling bent (geweest); 
  • medicijnen die u gebruikt (in originele verpakking); 
  • een lijstje met punten waar u het zelf over wilt hebben.

2. Het bezoek aan de verzekeringsarts

De verzekeringsarts is geen arts, die een diagnose stelt en een behandeling voorschrijft. De verzekeringsarts heeft tot taak uw medische situatie in kaart te brengen en uw belastbaarheid vast te stellen. Met belastbaarheid wordt bedoeld hoeveel werk u aankunt en wat voor werk. De verzekeringsarts bekijkt of u zich goed kunt concentreren, of u kunt tillen, staan, lopen, enzovoorts. Bij de WIA-beoordeling wordt dus uw medische situatie onderzocht om te beoordelen wat uw beperkingen en mogelijkheden zijn voor het verrichten van betaald werk. De verzekeringsarts doet dit aan de hand van uw dossier, van eigen onderzoek en/of medische gegevens van uw huisarts of specialist.

Om vast te stellen wat uw belastbaarheid is, zal de verzekeringsarts vragen naar uw huidige dagbesteding. Wat doet u zoal vanaf het moment dat u opstaat tot het moment dat u naar bed gaat? Bij deze vraag kunnen ook zaken als uw hobby's, vrijwilligerswerk of het huishouden aan de orde komen. Daarom is het belangrijk om u goed op dat gesprek voor te bereiden.

Let op!
Als u de indruk krijgt dat er niet zorgvuldig genoeg naar uw situatie wordt gekeken, breng dat dan meteen in het gesprek naar voren. Ook daarvoor is het belangrijk dat u zich goed voorbereid.

> Advies: bereid u zorgvuldig voor
Bereid u zorgvuldig voor op het gesprek met de verzekeringsarts. Ga voor u zelf na wat uw mogelijkheden en uw beperkingen zijn, niet alleen in uw dagelijkse bezigheden maar ook als het gaat om werk dat u een hele dag moet doen. Wie langdurig ziek is, leert in zekere zin leven met sommige klachten. Ze worden min of meer 'gewoon' en je staat er minder bij stil. Toch kunnen ze het werken en andere activiteiten belemmeren. Als u nog tijd heeft voor de WIA-beoordeling kan het verstandig zijn om bijvoorbeeld een maand lang dagelijks op te schrijven wat uw klachten zijn en hoe ze u belemmeren bij uw bezigheden. Ook de hevigheid van de klacht is van belang. Noteer ook wat er gebeurt als u bepaalde handelingen heeft verricht. Moet u bijvoorbeeld rusten nadat u bent opgestaan en uzelf heeft gewassen en aangekleed. Kunt u uw (klein)kind optillen? Kunt u uw aandacht vasthouden bij bepaalde bezigheden of bent u snel afgeleid of moe? Hebt u moeite met bepaalde huishoudelijke werkzaamheden, boodschappen doen, enzovoorts. Ga daarbij niet alleen uit van uw ‘goede' dagen, maar ook van de dagen waarop u zich wat minder voelt. Noteer het ook als uw klachten sterk wisselen van aard en intensiteit gedurende een dag.

> Advies: wees realistisch
Soms is het moeilijk te accepteren dat u door uw gezondheidstoestand (voorlopig) niet meer kunt werken. Sommige mensen houden zich erg groot. Vooral als het psychische klachten betreft. Wees realistisch en pas op met uitspraken als ‘ ik wil heel graag weer werken'. U bent misschien geneigd dat soort dingen te zeggen omdat u natuurlijk graag weer gezond wilt zijn of omdat u niet wilt dat de verzekeringsarts denkt dat u overdrijft. De verzekeringsarts zal dergelijke uitspraken kunnen uitleggen alsof u in principe weer betaald werk aankunt. Aan de andere kant moet u uw klachten ook weer niet overdrijven. U zult dan zeker niet serieus worden genomen.

> Advies: oefen het gesprek met de verzekeringsarts
U kunt ook iemand vragen om u te helpen bij het oefenen van het gesprek. Vraag iemand die u redelijk goed kent om u kritische vragen te stellen. Zo oefent u in het onder woorden brengen van uw klachten, in het geven van voorbeelden. Ook went u er al wat aan te praten over onderwerpen die gevoelig liggen of moeilijk zijn uit te leggen.

De WIA-beoordeling kan veel spanning opleveren. De meeste mensen zien er erg tegenop. Dat geldt zeker voor mensen met psychische klachten. Laat de verzekeringsarts weten wat de oproep met u heeft gedaan. Bijvoorbeeld dat u overstuur bent geraakt. Dat kan betekenen dat u tijdens het gesprek nog erg gevoelig bent voor stress of druk of dat u zich erg onzeker voelt.

> Advies: beschrijf uw ziektegeschiedenis
Vergeet niet uw ziektegeschiedenis nog eens op een rijtje te zetten. Ook dat kan aan de orde komen. Neem gerust uw eigen notities mee, zodat u zo min mogelijk vergeet te vertellen. Het is daarbij belangrijk dat u kunt aantonen welke stappen u heeft genomen en dat u specialistische hulp heeft gezocht. Bedenk wel dat de verzekeringsarts niet alleen geïnteresseerd is in het verleden, maar vooral ook kijkt naar wat u op dit moment en in de toekomst nog kunt.

Let op!
Anders dan vroeger heerst nu de opvatting dat iemand met psychische klachten zo snel mogelijk weer actief moet worden. Daarvoor is zelfs een soort stappenplan gemaakt: de Leidraad verzuim om psychische redenen. Bent u langere tijd niet meer onder medische behandeling en/of controle, leg dan uit waarom dit is. Is dit omdat u genezen bent of omdat genezing niet mogelijk is?

> Advies: neem iemand mee
Wij adviseren u niet alleen te gaan. U hebt het recht iemand mee te nemen, niet alleen tot in het gebouw, maar ook bij het gesprek met de verzekeringsarts. Dit kan uw partner zijn, een kennis of uw sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Misschien wil een vrijwilliger van een belangengroep u wel vergezellen. Twee weten en horen altijd meer dan één. Bereid het gesprek voor met uw begeleider. Welke punten zijn voor u belangrijk? Misschien bent u bang dat u door de arts wordt overdonderd en niet goed voor uzelf kunt opkomen. Of dat u erg emotioneel wordt en daardoor uw situatie niet goed kunt uitleggen of zaken vergeet. Bedenk hoe de ander u in die situaties zou kunnen helpen.

Maak duidelijke afspraken met de persoon die u vergezelt. U doet het woord, de ander luistert en kan hooguit een verduidelijkende vraag stellen als u bijvoorbeeld iets niet begrijpt of als uw standpunten niet duidelijk genoeg overkomen. De vertrouwenspersoon kan u bijvoorbeeld ook steunen als u even de draad van het gesprek kwijt bent, als u een belangrijk punt vergeet te noemen of als u emotioneel wordt.

Het kan gebeuren, dat de arts uw begeleider of vertrouwenspersoon verzoekt zich terug te trekken bij het gesprek of het onderzoek. De arts mag dat alleen doen als er een duidelijke aanleiding is te verwachten dat de (verdere) aanwezigheid het gesprek of het onderzoek verstoort. Zo komt het wel voor dat een begeleider uit betrokkenheid uitbarst in verontwaardiging, het gesprek overneemt en niet meer te kalmeren is.
Het kan ook gebeuren, dat de arts uw begeleider of vertrouwenspersoon verzoekt zich terug te trekken bij het lichamelijk onderzoek. De arts kan dat echter niet verplichten. Als u dat wilt, mag deze persoon ook bij dat lichamelijk onderzoek aanwezig zijn.

3. De functionele mogelijkhedenlijst

Bij de vaststelling en weergave van uw beperkingen maakt de verzekeringsarts gebruik van de functionele mogelijkhedenlijst. Deze lijst geeft een overzicht van uw mogelijkheden om in het algemeen gedurende een werkdag van acht uur te functioneren. De lijst is ingedeeld in zes rubrieken:

  1. Het persoonlijk functioneren 
  2. Het sociaal functioneren 
  3. De werkplek (aanpassing aan fysieke omgevingseisen) 
  4. Bewegen 
  5. Statische houdingen 
  6. Werktijden

Elke rubriek is weer onderverdeeld in een aantal aandachtspunten en over al die punten moet de verzekeringsarts een oordeel geven. De verzekeringsarts geeft zijn voornaamste bevindingen weer op een samenvattend formulier. Uw functionele mogelijkhedenlijst is belangrijk voor de uitkomst van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. 

4. Het gaat niet om uw ziekte maar om uw beperkingen

De beperkingen, die in kaart worden gebracht, moeten samenhangen met ziekte, gebreken of ongeval. Ze moeten medisch objectief aantoonbaar zijn. Het hebben van een bepaalde ziekte of handicap is op zichzelf dus niet voldoende om arbeidsongeschikt te zijn en recht te hebben op een uitkering. Ook een diagnose van de huisarts of specialist is niet genoeg. Het gaat om de beperkingen die u ondervindt bij het verrichten van arbeid als gevolg van de aandoening of de handicap. Bovendien zal het UWV moeten vaststellen of die gevolgen zijn te vermijden of te voorkomen. Bijvoorbeeld met medicatie, therapie of met aanpassing van de werkplek of werkomstandigheden.

Het kan zijn dat u bepaalde klachten heeft waarvan uw huisarts of specialist niet de oorzaak kan vaststellen. In dat geval wordt het voor de verzekeringsarts moeilijker om te beoordelen of u arbeidsongeschikt bent. Daarom kan het belangrijk zijn dat uw behandelend arts nauwkeurig uw klachten beschrijft zoals hij die heeft kunnen vaststellen. De verzekeringsarts hoeft dan niet alleen op uw verhaal af te gaan. Bij sommige klachten is dat moeilijk precies vast te stellen, zoals bij pijn of vermoeidheid. Dat geldt zelfs als er wel een duidelijke diagnose is gesteld, zoals bij ME/CVS, Whiplash, HIV of kanker.

5. Volledig arbeidsongeschikt om psychische redenen?

De verzekeringsarts kan mensen met psychische klachten alleen volledig arbeidsongeschikt verklaren als er sprake is van ‘ persoonlijk en sociaal disfunctioneren '. Persoonlijk en sociaal disfunctioneren heeft betrekking op de rollen die iemand vervult op drie terreinen:

  • De zelfverzorging in het dagelijks leven, het zelfstandig initiatief kunnen nemen tot noodzakelijke handelingen zoals hygiëne, dagritme en de structurering die iemand in zijn dagelijks leven aanbrengt 
  • Het samenlevingsverband; relaties met onder andere partners, ouders of kinderen 
  • De sociale contacten buiten het gezin inclusief het onderhouden van werkrelaties. Relaties met vrienden of familie en omgang met minder vertrouwde omgeving, winkelen, hobby's, sport, vakanties, verenigingen en uitgaan en relaties op het werk of vrijwilligerswerk.

Als u op geen van deze terreinen functioneert wordt u volledig arbeidsongeschikt verklaard. Het kan zijn dat u in dat geval eerst nog door een tweede verzekeringsarts moet worden beoordeeld (zie ook hieronder bij: dubbele beoordeling ).

> Advies: zoek deskundige informatie
Een verzekeringsarts heeft niet van alle aandoeningen evenveel verstand. Bovendien ontwikkelt de medische wetenschap zich steeds verder. Daarom kan het belangrijk zijn om deskundige informatie te zoeken. Die informatie kunt u dan aan de verzekeringsarts geven of u kunt hem verwijzen naar die informatie. Zeker bij moeilijk te meten klachten als pijn en vermoeidheid is dat belangrijk, maar ook bij klachten die sterk wisselen gedurende de dag of per dag. U kunt voor deskundige informatie meestal goed terecht bij uw behandelaar en de betreffende patiëntenvereniging.

Uw behandelaar of therapeut kan u helpen met het op een rijtje zetten van uw klachten. Hij kan ook, als u dat wilt, de verzekeringsarts informatie geven over uw psychische en lichamelijke gezondheid en over mogelijk herstel in de toekomst. Het is dan verstandig om dat eerst met u door te nemen. Dat geldt ook als u wilt dat de verzekeringsarts informatie opvraagt bij uw behandelaar.

De verzekeringsarts moet uw toestemming hebben om contact te leggen met uw behandelaar. Geef alleen toestemming om informatie uit te wisselen over zaken die voor de beoordeling van belang zijn.

Let op!
Huisartsen, specialisten en andere behandelaars kunnen geen uitspraken doen over uw arbeidsgeschiktheid. Zij kunnen alleen een oordeel geven over uw medische situatie en eventuele behandeling en herstel. Alleen de verzekeringsarts bepaalt of u wel of niet kunt werken.

6. Dubbele beoordeling

U kunt te maken krijgen met een dubbele beoordeling. Dat is een beoordeling waarbij twee verzekeringsartsen, onafhankelijk van elkaar, een medisch oordeel geven over uw arbeidsongeschiktheid. Zo'n dubbele beoordeling geldt niet voor iedereen. Het gaat om mensen met ziektebeelden waarvan bepaalde klachten moeilijk zijn vast te stellen en voor de meeste psychische klachten. Als een verzekeringsarts oordeelt dat iemand uit deze categorie volledig arbeidsongeschikt is of geen volle werkweek of werkdag kan werken, kan een dubbele beoordeling plaatsvinden.

7. Het oordeel van de verzekeringsarts

Blijkt uit uw functionele mogelijkhedenlijst dat er beperkingen zijn, dan beoordeelt de verzekeringsarts of er medisch gezien nog mogelijkheden zijn om duurzaam te werken. Als het antwoord daarop “ja” is, dan gaat de functionele mogelijkhedenlijst plus de rapportage van de verzekeringsarts naar de arbeidsdeskundige. U krijgt daarna een oproep voor een bezoek aan de arbeidsdeskundige.

Het kan ook zijn dat de verzekeringsarts u op medische gronden volledig arbeidsongeschikt verklaard. Naar zijn mening hebt u dan geen mogelijkheid om betaald werk te verrichten. In dat geval hoeft u niet naar de arbeidsdeskundige. In dat geval kunt u wel te maken krijgen met een dubbele beoordeling.

Duurzaam arbeidsongeschikt of niet
Als u volledig arbeidsongeschikt wordt verklaard moet de verzekeringsarts ook nog vaststellen of er sprake is van duurzame arbeidsongeschiktheid . Duurzaam wil zeggen dat er geen of maar een heel geringe kans op verbetering in de medische situatie aanwezig is.
Dat is van belang om te kunnen bepalen of u in aanmerking komt voor een IVA-uitkering. U moet dan namelijk niet alleen volledig maar ook duurzaam arbeidsongeschikt zijn.

> Advies: vraag naar de uitslag
Vraag aan de verzekeringsarts, bij voorkeur aan het begin van het gesprek, of hij de belangrijkste onderwerpen van het gesprek en de afspraken die u en de verzekeringsarts maken, wil noteren.
Vraag aan het eind van het gesprek wat de verzekeringsarts gaat adviseren . Mocht u na het gesprek met de verzekeringsarts van mening zijn dat u uw situatie onvoldoende duidelijk hebt kunnen maken, aarzel dan niet om dit alsnog te laten weten aan de verzekeringsarts. U kunt dit schriftelijk doen (zelf een kopie bewaren!), het wordt dan in uw dossier gevoegd.

Vraag ook om de medische rapportage en de functionele mogelijkhedenlijst thuis gestuurd te krijgen. Geef aan dat u die gegevens zo snel mogelijk wilt ontvangen. In ieder geval voor het gesprek met de arbeidsdeskundige, zodat u zich voor dat gesprek goed kunt voorbereiden. En als de gegevens niet overeenkomen met uw eigen bevindingen, kunt u tijdig aan de bel trekken.

8. Het bezoek aan de arbeidsdeskundige

Wanneer de verzekeringsarts verwacht dat u, ondanks uw beperkingen, nog benutbare mogelijkheden voor betaald werk heeft, volgt een afspraak met de arbeidsdeskundige. De arbeidsdeskundige heeft tot taak na te gaan of u nog in staat bent geheel of gedeeltelijk in uw eigen inkomen te voorzien. Hij bepaalt ook uw arbeidsongeschiktheidspercentage. Als u nog mogelijkheden heeft om betaald werk te verrichten zal de arbeidsdeskundige ook een re-integratievisie opstellen. Daarin wordt beschreven welke kansen u nog heeft op werk en wat er nog kan of moet gebeuren om die kansen te verbeteren.

>Advies: neem iemand mee
Wij adviseren u om iemand mee te nemen, liefst dezelfde persoon die ook bij het gesprek met de verzekeringsarts was. U voert het woord en uw begeleider stelt zo nodig de verduidelijkende vragen.

9. Gangbare arbeid

De arbeidsdeskundige beoordeelt in eerste instantie of u nog in staat bent uw eigen werk te doen. Daarbij wordt ook bekeken of daarvoor aanpassingen nodig zijn. Daarnaast wordt bekeken welk ander werk u nog zou kunnen verrichten. Daarbij geldt het criterium van “gangbare arbeid”. Dit betekent dat alle functies in aan¬merking komen, die in Nederland gebruikelijk zijn op de arbeidsmarkt. Dit kunnen ook functies zijn waarvoor een lagere opleiding vereist is dan uw opleidings¬niveau.
De arbeidsdeskundige beschikt over de functionele mogelijkhedenlijst die de verzekeringsarts heeft ingevuld. Hij gebruikt deze lijst om functies voor u te zoeken. Bovendien worden ook andere gegevens van u gebruikt, zoals uw opleidings- en beroepsniveau. Als de arbeidsdeskundige functies voor u heeft gevonden, dan zal hij die weergeven op een arbeidsmogelijkhedenlijst . Op deze lijst staan functies die u zou kunnen uitoefenen. Per functie wordt een korte beschrijving gegeven van de handelingen die daarbij moeten worden verricht. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel u daarmee zou kunnen verdienen.

Let op!
Op de arbeidsmogelijkhedenlijst staan alleen maar functies die u in theorie nog zou kunnen doen. Zij worden alleen gebruikt voor de beoordeling en zijn niet direct bedoeld voor uw re-integratie. U hoeft dus ook niet op die functies te solliciteren. Misschien zijn er niet eens vacatures voor de genoemde functies.

10. Criteria waarop u wordt beoordeeld

De arbeidsdeskundige moet zich aan een aantal regels houden, de arbeidskundige criteria , om te kunnen beoordelen of u ondanks uw medische beperking nog zou kunnen werken. Belangrijke criteria zijn:

  • De arbeidsdeskundige moet minstens drie geschikte functies voor u vinden. 
  • Er mogen functies worden geselecteerd waarvoor u zich met relatief weinig moeite en binnen zes maanden kunt kwalificeren (bijvoorbeeld met een taal- of computercursus). 
  • Als u in deeltijd werkte mag de arbeidsdeskundige ook volletijdsfuncties voor u selecteren. Daarbij moet hij wel rekening houden met het maximale aantal uren per week of per dag, dat u volgens de verzekeringsarts kunt werken. 
  • Er mogen functies worden geselecteerd met een afwijkend of wisselend arbeidspatroon, zoals ploegendienst. Uitzondering geldt voor arbeid tussen 00.00 en 06.00 uur, tenzij u dat werk al deed voor u ziek werd.

11. Het oordeel van de arbeidsdeskundige

Als de arbeidsdeskundige geen of onvoldoende functies kan vinden, dan wordt u volledig arbeidsongeschikt verklaard. Wanneer er voor u wel geschikte functies zijn gevonden, gaat de arbeidsdeskundige verder aan de slag. Hij maakt dan een vergelijking tussen hetgeen u (in theorie) met die functies nog zou kunnen verdienen en het bedrag dat u zou hebben verdiend wanneer u niet arbeidsongeschikt was geworden. Als u werkt wordt er gekeken wat u daarmee verdient.

Let op!
Als de arbeidsdeskundige u volledig arbeidsongeschikt verklaart, kunt u te maken krijgen met een dubbele beoordeling. U wordt dan door een andere arbeidsdeskundige nogmaals beoordeeld.
Als het uiteindelijke oordeel is dat u volledig arbeidsongeschikt bent, zal de verzekeringsarts nog bekijken of er bij u sprake is van duurzame arbeidsongeschiktheid. U wordt daarvoor echter niet meer opgeroepen.


> Advies: vraag om de arbeidsmogelijkhedenlijst
Vraag of u de arbeidsmogelijkhedenlijst kunt krijgen. U kunt per functie ook vragen naar een uitgebreide beschrijving. U kunt dan controleren of de functies waarvoor u geschikt wordt gevonden ook kloppen met uw beperkingen. U kunt dan bijvoorbeeld bekijken of u in zo'n functie niet te lang moet staan, te zwaar moet tillen, of u onder druk moet werken, enzovoorts.

Zaken die u in alle gevallen moet controleren, zijn:

  • Past de functie bij uw opleidingsniveau? De functie mag geen hogere opleiding vereisen dan uw werkelijke opleidingsniveau, (iets) lager mag wel. 
  • Klopt het arbeidspatroon? Is een volledige werkweek mogelijk volgens de verzekeringsarts? Hoeveel uren per werkdag kunt u werken en is dat alle dagen hetzelfde? 

Re-integratie
In het gesprek met de arbeidsdeskundige wordt ook gesproken over uw mogelijkheden om weer aan het werk te gaan. Op basis van het gesprek stelt de arbeidsdeskundige de zogenaamde re-integratievisie op, waarin wordt aangegeven welke mogelijkheden u hebt om weer aan het werk te komen.
Als de arbeidsdeskundige van mening is dat u nog re-integratiemogelijkheden heeft, zult u daarna worden uitgenodigd bij een re-integratie coach . Dat is een arbeidsdeskundige waarmee u verder kunt praten over uw mogelijkheden om weer aan het werk te komen. U kunt tijdens het gesprek uw voorkeuren en wensen met betrekking tot eventuele re-integratie duidelijk maken.

Als u ondersteuning nodig heeft kan het UWV een reïntegratiebedrijf opdracht geven om u naar werk te begeleiden. Of u kunt met behulp van de individuele re-integratieovereenkomst (IRO) zelf uw eigen reïntegratiebedrijf kiezen en uw eigen traject vormgeven. Ook hierover kan de re-integratiecoach u informeren.

Let op!
Als uw werkgever een zogenaamde 'eigen risicodrager' is, bent u voor hulp bij re-integratie aangewezen op uw werkgever. Hij kan voor u een reïntegratiebedrijf inschakelen. Dat geldt ook als u minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt verklaard.

12. De beslissing van het UWV

Nadat de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige hun oordeel hebben afgerond krijgt u de beslissing van het UWV thuisgestuurd. Meestal gebeurt dat binnen een paar weken. De officiële beslissing van het UWV is de brief waarin uw arbeidsongeschiktheidspercentage en de ingangsdatum van uw uitkering staat vermeld, als u daar tenminste recht op heeft. Ook staat in die brief dat u binnen zes weken tegen deze beslissing bezwaar kunt aantekenen als u heter niet mee eens bent.


Bron: Landelijke vereniging van arbeidsongeschikten

annuleren X

Inloggen

Inloggen Aanmelden Wachtwoord vergeten

Gemarkeerde velden zijn verplicht om in te vullen.